Neutron: definitie in de scheikunde
Neutron: Een elektrisch neutraal subatomair deeltje in de kern, met een massa die iets groter is dan die van een proton.
Neutronen voegen massa toe aan een atoom zonder de lading te veranderen, en verschillende aantallen neutronen geven de verschillende isotopen van een element. Samen met protonen worden ze in de kern vastgehouden door de sterke kernkracht, en de balans tussen neutronen en protonen bepaalt of een kern stabiel is. Het neutron werd in 1932 ontdekt door James Chadwick, en in kernreactoren veroorzaken neutronen het splijten van uranium-235-kernen.
Voorbeelden
- Gewoon waterstof (waterstof-1) heeft geen neutronen
- Koolstof-12 heeft 6 neutronen en koolstof-14 heeft er 8
- Uranium-238 heeft 92 protonen en 146 neutronen
- Een vrij neutron vervalt met een halfwaardetijd van ongeveer 10 minuten
In het periodiek systeem
De tabel vermeldt geen neutronenaantallen, maar je kunt ze schatten door het atoomnummer af te trekken van de atoommassa, afgerond op een geheel getal.