Chemische binding: definitie in de scheikunde
Chemische binding: Een blijvende aantrekking tussen atomen of ionen die ze bij elkaar houdt in moleculen, kristallen en metalen.
Bindingen ontstaan doordat de gebonden toestand een lagere energie heeft dan de losse atomen. Het vormen van bindingen levert dus energie op en het verbreken ervan kost energie. De drie hoofdtypen zijn covalente bindingen (gedeelde elektronen), ionbindingen (aantrekking tussen tegengesteld geladen ionen) en metaalbindingen (metaalionen in een zee van elektronen). Zwakkere aantrekkingskrachten tussen moleculen, zoals waterstofbruggen, worden meestal apart behandeld als intermoleculaire krachten.
Voorbeelden
- De H–H-binding in waterstofgas: 436 kJ/mol om te verbreken
- De drievoudige N≡N-binding: ongeveer 945 kJ/mol, een van de sterkste
- Na⁺- en Cl⁻-ionen die door ionbinding bij elkaar worden gehouden
- Koperatomen die door metaalbinding bij elkaar worden gehouden
In het periodiek systeem
De posities van twee elementen voorspellen hoe ze binden: twee niet-metalen vormen covalente bindingen, een metaal en een niet-metaal vormen ionbindingen en metalen binden aan elkaar via metaalbinding.