Voorbeelden van fysische veranderingen
Een fysische verandering wijzigt de vorm, grootte, gedaante of toestand van een stof zonder dat deze in een nieuwe stof verandert. Smelten, bevriezen, koken, oplossen, snijden en buigen zijn allemaal fysische veranderingen. De chemische samenstelling blijft hetzelfde en veel fysische veranderingen kunnen worden teruggedraaid.
- IJs dat smelt — vast water wordt vloeibaar water, maar het blijft H₂O.
- Water dat kookt — vloeibaar water verandert in waterdamp (stoom).
- Water dat bevriest — vloeibaar water verandert in de vriezer in vast ijs.
- Stoom die condenseert op een koude spiegel — waterdamp verandert terug in vloeibare druppeltjes.
- Droogijs dat sublimeert — vaste koolstofdioxide verandert direct in gas zonder eerst te smelten.
- Rijp dat op een raam ontstaat — waterdamp verandert direct in ijskristallen (depositie).
- Een plas die opdroogt — vloeibaar water verdampt in de lucht.
- Suiker die oplost in water — de suiker verspreidt zich maar blijft suiker, en als je het water laat verdampen blijft die achter.
- Zout dat oplost in water — het zout kun je terugkrijgen door het water te laten verdampen.
- Boter die smelt in een warme pan — het verandert van vast in vloeibaar en wordt weer stevig als het afkoelt.
- Kaarsvet dat hard wordt — gesmolten vet koelt af en wordt weer vast.
- Papier knippen — de stukjes zijn kleiner, maar het blijft papier.
- Een aluminium blikje fijnknijpen — de vorm verandert, niet het metaal waarvan het is gemaakt.
- Een glas breken — de scherven zijn nog steeds glas.
- Metaal tot een dun plaatje kloppen — metalen zijn smeedbaar en veranderen van vorm zonder van samenstelling te veranderen.
- Een elastiekje uitrekken — het verandert van vorm en veert terug.
- Koffiebonen malen — grote stukken worden kleine stukjes van hetzelfde materiaal.
- Een ijzeren spijker magnetiseren — door er met een magneet over te wrijven worden de magnetische domeinen op één lijn gebracht, maar er ontstaat geen nieuwe stof.
- Zand en ijzervijlsel mengen — de twee kun je met een magneet weer scheiden.
- Natte klei vormen — alleen de vorm verandert, hoewel het bakken in een oven een chemische verandering is.
Fysische of chemische verandering?
Om dat te bepalen, vraag je je af of er een nieuwe stof is ontstaan. Smeltend ijs geeft nog steeds water, dus dat is een fysische verandering, terwijl brandend papier as, rook en gassen oplevert, dus dat is een chemische verandering. Veel fysische veranderingen zijn gemakkelijk om te keren: je kunt water weer laten bevriezen of zout water laten verdampen om het zout terug te krijgen.
Wees voorzichtig met aanwijzingen. Bellen, een temperatuurverandering of een nieuwe kleur kunnen ook bij fysische veranderingen voorkomen, zoals wanneer water kookt of een metaal roodgloeiend wordt. En niet elke fysische verandering is gemakkelijk ongedaan te maken: een gebroken glas is nog steeds glas, ook al kun je het niet zomaar weer in elkaar zetten.